Niet alleen is Horus, Prince of the Sun het filmdebuut van Isao Takahata, meesterregisseur van Grave of the Fireflies (1988) en The Tale of the Princess Kaguya (2013), het is ook zijn eerste samenwerking met protégé Hayao Miyazaki, die zijn rol als key animator zo zag groeien dat voor hem speciaal de credit ‘scene design’ werd bedacht.
Taiyō no Ōji: Horusu no Daibōken (ook wel vertaald als Hols of Little Norse Prince Valiant) geldt bovendien, na de doorbraak van anime met Osamu Tezuka’s televisiereeks Atom Boy (1963), als de eerste ‘volwassen’ anime – gebaseerd op een epos van de inheemse Ainu, maar (misschien vanwege gevoeligheden rond die in Japan historisch slecht behandelde bevolkingsgroep) verplaatst naar de Scandinavische IJzertijd.
En hoewel de detaillering van tekeningen achterblijft bij hedendaagse verwachtingen, bewijst Horus dat die veel minder belangrijk is dan timing en mise-en-scène. Zie de dynamische openingsscène (waarin Takahata’s eerdere televisieserie Wolf Boy Ken doorschemert), waarin de jonge Horus wordt achtervolgd door een roedel wolven, die hij met een werpbijl aan een touw van zich afhoudt totdat een rotsreus hem te hulp schiet.
De socialistische boodschap, waarin dorpelingen alleen in gezamenlijke strijd hun onderdrukker kunnen verslaan, sloeg aan bij de studenten van 1968, maar niet bij studio Toei (met wie de animatoren ondertussen in een arbeidsconflict verwikkeld waren), die de positief ontvangen film al na tien dagen uit de bioscoop haalde. Resultaat: Takahata en Miyazaki zeiden “Doei, Toei!”, vertrokken, en zouden uiteindelijk samen Studio Ghibli oprichten. En de rest is anime-geschiedenis.